Cattleya verzorgingsgids

Herkomst en soorten

De soorten van het geslacht cattleya (lees: KAT-lee-ja) komen alleen in tropische streken voor. Het verspreidingsgebied ligt van Zuid- en Midden-Amerika tot Mexico. Er zijn ongeveer 60 soorten bekend. De meeste soorten die aangeboden worden zijn hybriden. Hierbij gaat het niet alleen om kruisingen tussen de cattleya onderling, maar ook om kruisingen tussen de cattleya met aanverwante soorten als de Laelia, Brassavola, Sophronitis, en de Encyclia. Op die manier ontstaan er ook ingewikkelde namen zoals de Brassolaeliocattleya, een hybride cattleya ontstaan uit een kruising tussen drie soorten. De hybriden zijn meestal eenvoudiger binnenshuis te kweken dan de soorten waaruit ze gekweekt zijn.

Kenmerken

Cattleya-soorten zijn te herkennen aan hun pseudobulben van 10 tot soms zelfs 40 cm hoog, met aan de uiteinden één of twee dikke bladeren. Deze bladeren moeten voorzichtig behandeld worden omdat ze verschillende jaren aan de plant blijven, en op die manier dus ook het uiterlijk van de plant bepalen. De cattleya’s maken een omvangrijk stelsel van wortels; als ze zich goed voelen hebben de cattleya’s de neiging met de wortels over de rand van de pot te groeien. De wortels mogen niet afgeknipt worden! De bloemen zijn meestal 10 tot 20 cm in doorsnee, en variëren in kleur van wit over geel, oranje, groen, roze, paars, en prachtige pastelkleuren; niet onbelangrijk is dat de bloemen soms heerlijk geuren. Niet voor niets wordt de cattleya ook wel de ‘Koningin van de Orchideeën’ genoemd!

Cultuur

Omdat de cattleya uit tropische streken komt waar deze op takken en stammen van bomen groeit, heeft de plant ook in de huiskamer zoveel mogelijk licht nodig, maar nooit direct zonlicht. In de winter mogen ze wel direct zonlicht hebben. De ideale temperatuur voor de cattleya ligt in de nacht op 15 tot 16,5 graden Celsius en mag overdag gerust tot 30 graden Celsius stijgen. Wanneer de planten in actieve groei zijn (wortelgroei, nieuwe scheut) kunnen ze tamelijk veel water verwerken met tegelijkertijd redelijk veel bemesting. Tussen twee gietbeurten door moet de plant wel eerst bijna helemaal droog zijn geworden. Buiten de actieve groeiperiode moet het water geven beperkt worden, maar mag de psuedobulb niet verschrompelen. Let bij de cattleya net als bij de miltoniopsis ook op de luchtvochtigheid, door het aanleggen van een microklimaat. In de huiskamer kan de luchtvochtigheid op peil gebracht en gehouden worden door de pot te verhogen, door deze op een soort eilandje van vochtige kleikorrels te zetten. Een zekere verluchting is belangrijk voor de cattleya, maar plotselinge temperatuurdalingen dienen vermeden te worden omwille van de plant en bloem.
Bij een goede verzorging zal de plant tegen het einde van het groeiseizoen een ‘spat’ maken - dit is een soort schutblad waarin zich de bloemen ontwikkelen. Dit schutblad zal geleidelijk uitdrogen en de bloemen banen zich een weg door deze ‘spat’ heen om enkele dagen later open te gaan. Samengevat heeft de cattleya in de groeiperiode veel water en meststof nodig, en moet de cattleya buiten de groeiperiode matig van water voorzien en bijna droog worden.

Verpotten

Een cattleya moet om de twee tot drie jaar verpot worden. Houdt er bij het verpotten dus rekening mee, dat de plant ruimte krijgt voor de volgende twee tot drie jaar. De beste tijd om de cattleya te verpotten is, als de plant nieuwe wortels gaat maken en er een nieuwe groeiperiode aanbreekt. Grote planten, die acht tot tien bulben hebben, kunnen gescheurd worden en afzonderlijk opgepot worden. Ook voor de cattleya wordt net als bij de cymbidium en de dendrobium een oppotmengsel gebruikt van grove bark (schors), houtskool en sphagnum, of het orchideeënmengsel dat wij in de kas aanbieden.