Oncidium verzorgingsgids

Herkomst

De oncidium (lees: on-SI-di-jum) vormt met 750 soorten één van de grootste orchideeënfamilies. Allemaal zijn ze afkomstig van het Amerikaanse continent - van Florida en Mexico tot aan Peru en Argentinië.

Kenmerken

Omdat er zoveel soorten oncidium zijn, bestaan er ook talrijke groeivormen. Wat alle soorten onder de oncidium echter gemeenschappelijk hebben, is een afgeplatte psuedobulb. De lengte van de bloeiwijzen varieert van enkele centimeters tot meer dan een meter, vaak vertakt met een regen relatief kleine bloempjes op het eind.
Het aanbod van oncidium-soorten is beperkt. De meeste soorten zijn hybriden van de o.flexuosum en de o.sphacelatum - deze soorten zijn meestal geel met bruin. Een andere soort die vaker wordt aangeboden is de o.sharry baby - deze is donkerrood met wit en geurend.

Cultuur

De  oncidium-soorten zijn niet veeleisend en makkelijk in bloei te krijgen. Ook voor de beginnende orchideeënliefhebber is een orchidee uit de oncidiumfamilie een uitstekende plant om orchideeën te leren kweken. Alle soorten die geregeld worden aangeboden zijn geschikt voor op de vensterbank.
Zorg voor alle oncidiumsoorten in ieder geval voor een lichte standplaats, beschut tegen direct zonlicht. De ideale dagtemperatuur is 18 tot 20 graden Celsius, en 15 graden Celsius is een ideale nachttemperatuur. In de winter dienen de gietbeurten beperkt te worden, ook omdat in deze periode de bloemknoppen aangelegd worden. Na de winter kan er langzaamaan wat meer water worden gegeven, en kan de plant weer wat warmer worden gezet. Na de winter kan er ook weer gestart worden met het toedienen van voeding. ’s Zomers kan de plant buiten gekweekt worden, op een beschutte plek en met voldoende water.

Verpotten

Het reguliere potmengsel voor orchideeën voldoet ook voor de oncidiumsoorten. De oncidiumsoorten hoeven niet in een grote pot te staan; ze staan graag krap. Zorg voor voldoende drainagemateriaal onder in de pot. Eventuele achterstukken (oude, bladloze bulben) van de plant kunnen bij het verpotten afzonderlijk opgepot worden. Zo worden deze oude knolletjes aangespoord om een nieuwe scheut te produceren.

Verzorging

  • Tijdens de bloei rijkelijk water toedienen;
  • Na de bloei en tot de nieuwe scheut verschijnt, langzaam de frequentie van de gietbeurten opvoeren;
  • Wanneer de wortels 1 centimeter lang zijn opnieuw volop water geven, mét meststof;
  • Van midden juni tot midden september (eerste voorspelling van nachtvorst) kunnen de planten buiten gezet worden, uit de wind, en in de schaduw van een boom of struik.