Planten van het geslacht paphiopedilum (lees: pa-fie-joo-PEE-di-lum) - ook wel “paphio’s” en “venusschoentjes” genoemd - komen oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië; ze zijn verspreid over een gebied van Zuid-China, de Himalaya, tot Nieuw-Guinea. Er zijn ongeveer 60 soorten bekend, waarvan de meeste terrestrisch (in de aarde) maar een aantal ook lithofytisch (op rotsen) en epifytisch (op bomen) leven. Ze komen voor in verschillende temperatuurgebieden die gelegen zijn tot 2000 meter hoogte - verschillen in de herkomst stellen dan ook verschillende cultuureisen. Planten van het geslacht paphiopedilum die op de vensterbank gekweekt kunnen worden zijn meestal hybriden (kruisingen tussen verschillende soorten) en passen zich makkelijk aan aan de klimatologische omstandigheden in huis.
De paphidopedilum heeft geen psuedobulb en dus ook geen reservevoedsel. De paphidopedilum vormt een bladrozet. De bladeren kunnen variëren van lichtgroen en donkergroen tot gemarmerd, en in lengte variëren van 10 tot 60 en soms wel 70 cm. De bloemen staan meestal solitair op een lange stengel, maar er zijn ook paphidopedilumsoorten met meerder bloemen per stengel. De paphidopedilum kan op elke moment in het jaar bloeien, en de bloei kan acht tot negen weken aanhouden.
De hybride vormen van de paphidopedilum verenigen alle kenmerken van hun ouders en zijn toleranter in cultuur. De meeste hybride vormen van de paphidopedilum gedijen op een vensterbank (bij een raam op noord of noordwest) totdat de bloeistengel zichtbaar wordt. Idealiter is de temperatuur 22,5 graden Celsius overdag, en 16 graden Celsius ’s nachts. Als de bloeistengel zich aandient mag de plant niet te koud staan, omdat dit misvormde bloemen en knopval kan veroorzaken. Eenmaal in bloei hoeft de plant niet noodzakelijkerwijs in de vensterbank te staan, maar kan deze decoratief zijn op een tafel of een kast. Omdat de paphidopedilum geen opslagreservoir voor voedsel heeft, is water geven heel erg belangrijk. De paphidopedilum mag dus nooit droog staan, maar evenmin mag de paphidopedilum natte voeten hebben. Teveel vocht is schadelijk voor de plant. Het is zaak een gelijkmatige vochtigheid te handhaven. Let op dat er geen water in de scheuten blijft staan, opdat de scheut niet aangetast wordt. In vergelijking met andere orchideeën heeft de paphidopedilum weinig meststof nodig. Eenmaal in de twee á drie weken bemesten is voldoende. De paphidopedilum groeit graag op een lichte en beschaduwde plaats met voldoende luchtbeweging (geen koude lucht!); plaats de paphidopedilum beslist niet in de middagzon.
De paphidopedilum heeft zeer gevoelige wortels. Probeer de wortels bij het verpotten zo weinig mogelijk te verstoren. Omdat de paphidopedilum voortdurend vochtig staat, is het mengsel sneller verteerd. In de praktijk moet een paphidopedilum dan ook jaarlijks verpot worden in een potmengsel voor orchideeën, dat vooral luchtig is.

