Het geslacht phalaenopsis (lees: fa-laai-NOP-sis) telt een veertigtal soorten. De phalaenopsis komt voor in tropisch Azië en in Noordoost-Australië. De phalaenopsis dankt zijn populariteit aan het gemak waarmee deze te kweken is, aan de lange houdbaarheid, aan de opvallende bloemen, en omdat deze vrijwel het hele jaar door gehouden kan worden.
De phalaenopsis is gemakkelijk te herkennen aan de drie tot vijf ovaalronde, dikke, vlezige, donkergroene bladeren. Deze monopodiale orchideeën hebben geen pseudobulben voor voedselopslag. De phalaenopsis valt ook op door zijn zilvergrijze, enigszins afgeplatte wortels, met tere roze of groene groeipunten. De phalaenopsis groeit graag buiten de pot en hecht zich aan vrijwel ieder oppervlak. Tussen de bladeren ontwikkelen zich de bloemstengels die 30 tot 50 cm lang kunnen worden en bloemen dragen tot 10 cm in diameter. Er zijn duizenden hybriden van de phalaenopsis in alle mogelijke kleuren en combinaties ervan. Omdat uit wetenschappelijk studies bleek dat de phalaenopsis middels fotosynthese ook via de wortels licht als energiebron gebruikt, werden voor de phalaenopsis speciale - transparante - plastic bloempotten ontwikkeld.
De phalaenopsis is een gemakkelijke vensterbankorchidee, op voorwaarde dat de phalaenopsis warm genoeg gekweekt wordt, voldoende licht krijgt, en niet in de tocht staat. Binnenshuis is de beste plaats voor de phalaenopsis op een vensterbank van een raam dat gericht is op het noorden of het noordwesten. De ideale temperatuur voor een phalaenopsis is 23 graden Celsius, maar niet lager dan 15 graden Celsius en ook niet hoger dan 23 graden Celsius. Omdat de phalaenopsis geen psuedobulben heeft moet de plant wel vochtig staan, maar nooit te nat. Doorgaans geeft een phalaenopsis eerder de geest wegens teveel water dan door een andere oorzaak, omdat de plant geen “natte voeten” kan verdragen. In de praktijk betekent dit dat de pot waarin de phalaenopsis staat minstens eenmaal per week overvloedig doordrenkt moet worden met regenwater op kamertemperatuur. Daarna moet de pot uitlekken, alvorens ze weer in de decoratiepot wordt gezet. Zorg ervoor dat de pot nooit in het vocht staat. De phalaenopsis houdt van een hoge luchtvochtigheid, tussen de 60 en 80 %. De luchtvochtigheid kan bereikt worden door in de omgeving van de plant water te verstuiven. Laat dan echter geen water in de scheuten van de plant staan, omdat dit het rottingsproces in de hand werkt. Geef om dezelfde reden ook geen water in de avond, als het ’s nachts te sterk afkoelt. De bloemtakken verschijnen meestal na het volgroeien van een blad. Soms is het één bloemstengel, soms zijn er meer bloemstengels naast elkaar. Na de bloei kunnen de stengels van de phalaenopsis teruggesnoeid worden tot een lagere knoop. Als de plant sterk genoeg is, volgt er daarna een tweede bloei. Zo kan de bloeiperiode oplopen tot negen á tien maanden! Sommige soorten van de phalaenopsis vormen na de bloei “keiki’s” op de bloemtak. Keiki’s zijn jonge plantjes die hun eigen wortels vormen, en na een tijdje afgesneden kunnen worden om gepot te worden. Let op dat de phalaenopsis in de knop niet in de tocht staat; dit kan knopval veroorzaken. Knopval kan ook veroorzaakt worden door een te hoge temperatuur bij te weinig licht - zoals in de winter vaker voorkomt. De phalaenopsis heeft tamelijk veel meststof nodig, namelijk bij elke tweede gietbeurt.
Omdat het grondmengsel waarin de phalaenopsis staat voortdurend vochtig gehouden wordt, begint het potmengsel na twee jaar te verteren. Daardoor houdt het potmengsel veel meer water vast, verzuurt het, en wordt het een broeihaard voor bacteriën. Het is raadzaam om de phalaenopsis meteen na de aanschaf of na de eerste bloei te verpotten. Na de bloei hoeft de plant eens in de twee jaar verpot te worden. Bij het verpotten kan van de gelegenheid gebruik worden gemaakt om dode wortels weg te knippen. Voor de phalaenopsis wordt een oppotmengsel gebruikt van grove bark (schors), houtskool en sphagnum, of het orchideeënmengsel dat wij in de kas aanbieden.

